Uil
Uil is heel knap, hij kent bijna alle letters. De dieren vragen uil om raad als ze een probleem hebben.
Daar komt vogeltje. "Uil, het wordt zo koud. Weet jij wat ik moet doen?"
"Ja" zegt uil. Dat weet ik. "Je moet naar een warm land vliegen".
Dat is een goed idee!
Vogeltje vliegt naar een warm land.
Wat schijnt de zon daar heerlijk .
Dan komt eekhoorn.
"Uil, ik ben mijn eikeltjes kwijtgeraakt. Weet jij wat ik moet doen?"
"Ja", zegt uil, "Dat weet ik. Je moet de eikeltjes zoeken."
Dat is een geweldig idee!
Eekhoorn gaat zoeken.
Hij vindt alle eikeltjes.
Nu komt egel.
"Uil, ik heb ruzie met mijn vriendje en daar ben ik heel erg verdrietig om.
Weet jij wat ik moet doen?"
"Ja" zegt uil, "dat weet ik. Je moet het goedmaken".
Dat is een fantastisch idee!
Egel gaat naar zijn vriendje en maakt de ruzie weer goed.
Wat zijn ze allebei blij!
Nu heeft uil zelf een probleem. "Ik slaap altijd als het dag is. Dus zie ik nooit de zon en ik wil de zon graag eens zien.
Weten jullie wat ik moet doen?"
"Daar gaan we over nadenken zeggen de dieren.
De dieren denken goed na. Ze overleggen en verzinnen een plan.
Ze gaan uil wakker maken.
Uil slaapt.
Het is immers dag.
Dan komen de dieren met veel kabaal.
Boem boem!
Retteketet!
Jeng Jeng!
Uil schrikt wakker.
Hij ziet de zon.
Wat is de wereld mooi.
Uil is heel blij.
Maar dan gaat uil weer slapen. Hij werd wel moe van de zon.
De dieren sluipen heel zacht weg.
"Welterusten uil"
Tekeningen en tekst:
Deborah van Hunen